Achterhoekse pompoenpitolie

‘We houden het nog een beetje geheim’

De familie Smits staat aan de vooravond van de eerste grote oogst pompoenpitten. Na jaren van bedrijfsmatige hoofdbrekens en studie lijkt nu alles samen te komen voor de familie Smits. Opvolger Edwin Smits is 26 jaar en zit barstensvol ambitie: “Er wordt in Nederland zoveel voedsel geïmporteerd en geëxporteerd; waar slaat dat eigenlijk op?”

  • Wat is je huidige gemoedstoestand?

Die is goed. Ik zit vol pit. Wie mijn vader kent, kent een gedreven man en ik lijk op hem. We hebben met het bedrijf een paar slechte jaren gehad. Onze preiteelt is afgeschaald. Het ging niet meer en de risico’s werden te hoog. Nu zitten we volop in de zoektocht naar nieuwe kansen; dingen die ons geen koppijn geven maar juist energie. Om te leren over de pompoenpitteelt en -oogst zijn we drie keer naar Oostenrijk geweest. Dat waren geweldige trips! Een dag vol nieuwigheden en dan ‘s avonds samen aan het bier; dat was prachtig.

  • Wat is je belangrijkste eigenschap?

Ik kan verder kijken dan mijn neus lang is. Mijn opleiding Tuin en akkerbouw en ondernemerschap hielp me daarbij. De ogen open houden, verder durven kijken en iets grondig onderzoeken.

  • Wat is je favoriete bezigheid?

De combinatie van op het land bezig zijn en ons verhaal uitdragen. Dat vind ik puur goud. Ik ben met mijn passie bezig: ik teel iets én ik doe iets nieuws. Ik kijk uit naar het oogsten. Vorig jaar oogstten we 5 hectare bij wijze van experiment en nu (21 september) is het bijna tijd voor de nieuwe oogst: 20 hectare gangbaar geteeld en bovendien 6 hectare biologisch. We organiseren thuis ook pompoenexpedities: met een huifkar gaan we over het land en dan laat ik de inzittenden zien wat we precies doen. Mensen raken dan echt enthousiast, dat vind ik mooi.

  • Wat is je motto?

De slogan van ons bedrijf is sinds jaar en dag: ‘vers van het land; direct naar de klant’. En dat maken we waar. Ons motto is denk ik: streven naar lokale afzet van onze producten. Ik wil niet meer de grote distributeurs en handelsbedrijven bedienen, want die dwingen te veel. Er zullen ook goeie tussen zitten, maar ik ervoer dat de samenwerking uitsluitend over prijs ging. Daarom wil ik schakels overslaan: zelf de teelt én zelf de afzet bepalen. We houden ons proces nog een beetje geheim. Vakbladen willen graag op bezoek komen maar daar bedanken we nog even voor.  We willen onze voorsprong vasthouden.

  • Wie zijn je helden?

Ik heb geen helden. Maar ik ben wel trots op mijn vader en wat hij heeft neergezet.

  • Wat zijn je dagdromen?

Over tien jaar hoop ik dat we de transitie van ons bedrijf hebben voltooid en dat wij producten verwerken die nu nog grotendeels worden geïmporteerd. Ik wil laten zien dat er meer kan, gewoon hier in de Achterhoek. Naast pompoenpitten denk ik al aan zonnebloempitten en maanzaad. Ik wil biodiverser bezig zijn. En het spul fatsoenlijk vermarkten. Er wordt zoveel geïmporteerd naar ons land en tegelijkertijd zoveel geëxporteerd het land uit; waar slaat dat eigenlijk op?

  • Waarom houd je van de Achterhoek?

Om het volk. De rust. De no-nonsense aanpak. De mensen zijn gemoedelijk. De Achterhoek is een mooi gebied en daar past onze teelt wel tussen vind ik; pompoenen of zonnebloemen zijn een horizonverrijking voor de Achterhoek. Dit is de uitgelezen plek!

Edwins vader Gert kwam op de Appelplukdag in Steenderen Joanne Vleemingh tegen. Ze stond er met een kraampje pompoenpitproducten, geoogst op kleine schaal en met de hand verwerkt. Jörg Zentner van het bedrijf Edelkraft steunde Joanne en via Jörg leerde Gert een Oostenrijkse teeltspecialist kennen. Hij deelt zijn kennis van pompoenteelt met de Achterhoekers. Tijdens zijn studie Tuin en akkerbouw en ondernemerschap probeerde Edwin zoveel mogelijk het thuisbedrijf te betrekken in zijn onderzoeken en opdrachten, de resultaten gebruikt hij nu.

Tekst Ilja Vaags (Alles komt goed BV, organisatie Zwarte Cross en Manana Manana)
Foto’s Martine Siemens Fotografie

Bekijk wat andere Anpakkers doen voor de Achterhoek

Onze trotse partners: